H. Gerardus Majella kerk Spijk

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on email
Pas in 1824 werd Spijk, als gevolg van een concordaat dat door Pruisen met de H.Stoel te Rome was gesloten, bij de parochie van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Lobith gevoegd. Sindsdien hadden de grote boeren op Spijk, die reeds jaren in de gemeenteraad vertegenwoordigd waren, ook hun plaats in de Lobithse Kerk- en Armbesturen.

In 1911 werd pastroor B.H. Huser als nieuwe parochieherder benoemd. Bij de vele problemen, die deze nieuwe pastoor spoedig ontmoette, was wel de grootste zorg het plaatsgebrek in de kerk. Voor 1588 communicanten waren er in de Lobithse kerk slechts 461 zitplaatsen. Kerkbestuurders Frans van Embden en Theo Daams waren het met de nieuwe pastoor eens dat hier iets moest gebeuren. Bouwmeester Herman Kroes uit Amersfoort kreeg opdracht een onderzoek in te stellen en te bezien of de kerk op een of andere wijze vergroot kon worden. Het advies was kort maar duidelijk: een vergroting zou het architectonisch aanzien van de kerk totaal bederven en met de te maken kosten zou men de helft van een nieuwe kerk kunnen financieren. Eigenlijk was er maar 1 goede oplossing: een eigen kerk en pastoor moesten de bewoners van Spijk hebben! “Een herder die in hun midden zou woonen en ten tijde en ten ontijde de verdoolde schapen zou kunnen opzoeken” aldus pastoor Huser.

Geestelijke zorg was op Spijk onontbeerlijk. Het kerkenpad door de Oude Rijn was vaak onbegaanbaar en misnternes twee keer per jaar was Spijk geïsoleerd door het hoge water, dat via de Overlaat tussen Spijk en Tolkamer de bedding van de Oude Rijn vulde.

Architect Herman Kroes uit Amersfoort kreeg in 1913 opdracht een eenvoudige en passende kerk en pastorie voor Spijk te ontwerpen. De kerk is gebouwd in een sobere neo-romaanse stijl en geheel in rode baksteen opgetrokken.

Op 14 januari 1914 vond de plechtige inwijding paats die echter niet zonder organisatorische problemen verliep. Maar men had het kunnen weten, want voor de zoveelste keer was Spijk geïsoleerd door het hoge water. Besloten werd per bootje over te varen. Op Lobith en Tolkamer waren de vlaggen uitgestoken ter eren van de Spijkse pastoor. In twee rijtuigen elk met twee paarden bespannen reden H.H. Geestelijken en Kerk- en Armbesturen naar Tolkamer. Daar stapte men in een versierde boot, die door een motorbootje stroomopwaarts werd getrokken. Pastoor Van Groeningen zette voet op Spijkse grond nabij ‘Villa Copera’ waar hij werd opgewacht door zijn nieuwe parochianen. In de bittere kou werd door de steenabrikant Leo Wenzel Peters een ‘gloedvolle’ toespraak gehouden. Dertig ruiters zaten op hun uitgedoste paarden en zestig wielrijders stonden naast hun feestelijk versierde fietsen, terwijl een open koets met twee witte paarden gereed stond om de nieuwe pastroor plechtig zijn parochie binnen te voeren, vooraf gegaan door een bont gekleurde heraut in de persoon van Theodoor Corniele. “….en overal bij elke steenfabriek werd een mooie triumfboog opgemerkt, de eene nog schooner dan den ander, allen weergevend het groote verlangen der Spijksche parochianen naar hun eerste pastoor”.

H. Gerardus Majella kerk Spijk
Kerkstraat 40
6917 AK
Spijk